Wie het luidst roept heeft het zwaarste beroep

maart 19, 2018

Roepers claimen in alle talen hun grote gelijk. Feiten blijken hierbij vaak overbodig te zijn. Niet wat men roept, maar hoe luid men roept lijkt de doorslag te geven. Als jonge liberalen geloven we, misschien ietwat naïef, dat de waarheid haar rechten heeft.“You are entitled to your opinion. But you are not entitled to your own facts.” zo luidde het devies van voormalig Amerikaans senator Daniel Patrick Moynihan  

Laat ons dus vooreerst enkele cijfers en feiten op een rijtje zetten.

Een eerste cijfer. In 2016 bedroeg de Belgische loopbaan gemiddeld 32,6 jaren. Hiermee behoren we tot de staart van het Europese peloton. Ter vergelijking: in Duitsland bedroeg dit 38,1 jaren en in Nederland 40 jaren. Om van de Scandinaven nog maar te zwijgen.

Een tweede cijfer. Vandaag zijn er voor iedere 65-plusser ongeveer 3,30 mensen op beroepsactieve leeftijd. In 2050 zakt deze ratio tot net onder de 2. Dit betekent grofweg dat minder dan 2 personen instaan voor één gepensioneerde.

Een derde cijfer. De olifant in de kamer: de werkzaamheidsgraad. Hoeveel mensen zijn er tussen de 15-64 aan de slag? In België 62,3%. In Nederland en Duitsland maar liefst 75%.

De oplossing ligt voor de hand: we zullen met z’n allen langer moeten werken.  

Het kortetermijndenken viert echter hoogtij. Een radicale en coherente hervorming van het pensioenstelsel is acuut nodig, maar het maatschappelijke debat verliest zich in discussies die er uiteindelijk voor zorgen dat we met z’n allen minder gaan werken in plaats voor meer.

Het debat over de zware beroepen is belangrijk, maar dreigt zo een bliksemafleider te worden  van de werkelijke, grondige pensioenhervorming, die hoogdringend is, en broodnodig. Laat ons niet aan symptoombestrijding doen, maar het probleem aanpakken in zijn kern.
Het huidige financieringssysteem van onze pensioenen is immers volstrekt onhoudbaar. Dat weet iedereen. En toch gebeurt er onvoldoende. Het resultaat is een steeds fatalischere houding bij vele jongeren als het gaat over hun toekomstig pensioen. Gevaarlijk, want jongeren zonder hoop stampen sneller gefrustreerd rond zich heen, een gegeven waar populisten maar al te graag op inspelen

Toch is het haalbaar om het pensioendossier aan te pakken. Met het plan-Vandenbroucke lag en ligt een meer dan lezenswaardige aanzet op tafel. De regering kan terecht de pluim op haar hoed steken in verband met enkele fundamentele stappen die samen de vergrijzingskost halveerden. Dit scheelt meer dan een slok op de borrel. Juist daarom is het cruciaal dat de discussie van de zware beroepen deze evolutie niet te niet doen.

De definitie van een zwaar beroep is moeilijk. Altijd geweest. En zal dit altijd blijven. Maar een ding staat vast: het uitbreiden van de criteria naar stress-gerelateerde elementen maakt dat quasi elk beroep als een ‘zwaar beroep’ kan gezien worden. Met als grootste slachtoffers de jongeren die opgezadeld worden met een onbetaalbare pensioenfactuur. We dreigen terecht te komen in een knuffelmaatschappij, waarin iedereen beloond wil worden met zijn of haar uitzondering of fiscale koterij.

Dit is niet de weg die we moeten inslaan. Wat ons land werkelijk nodig heeft is een systeem dat mensen langer aan het werk houdt. Niet door enkel en alleen botweg de pensioenleeftijd te verhogen. Dat versterkt bij vele burgers al te vaak het gevoel dat ze langer moéten werken. Wat we nodig hebben is een systeem waarin mensen langer willen werken.

Deeltijds pensioen, focussen op de loopbaan én het dragen van financiële gevolgen van vroeger stoppen of langer werken. Dat zijn de elementen die centraal moeten staan. En waarmee de pensioendiscussie voorbij de klassieke rechts-links tegenstelling wordt gebracht. Enkel zo kan een hervorming over verschillende regeringen stand houden én jongeren het perspectief bieden op een kwaliteitsvol pensioen. Waar wachten we op?